Jaap Folst: Ik ben er met 1000 procent geluk uitgekomen

Onthulling plaquette door Ahmed Aboutaleb en Jaap Folst. FOTO: Feyenoord.nl

Door Richard van der Keur

De datum 10 november 1944 is een zwarte bladzijde in de geschiedenis van Rotterdam. Die dag houdt de Duitse bezetter een grootscheepse razzia. 50.000 Rotterdammers vertrekken op dwangbevel naar Duitsland. Jaap Folst, toen zeventien jaar oud, was een van hen. “Het is niet uit te leggen wat het met je doet, als je het zelf niet hebt meegemaakt.”

Het verhaal van Jaap Folst is er één van velen. Maar als initiator van de jaarlijkse herdenkingsbijeenkomst morgen in het Feijenoordstadion, wordt zijn verhaal steeds vaker uitgelicht. “Dat hoort er bij.” Hij wilde die dag naar buiten gaan. “Ik woonde aan de Beijerlandselaan en zag buiten dat er iets gaande was. Je moet je voorstellen dat je naar buiten kijkt en niets of niemand ziet, dat gevoel. Ik kreeg van een Duitse militair een brief in mijn handen.” Het bleek een dwangbevel. ‘Op hen die pogen te vluchten of weerstand bieden zal worden geschoten.’ En dat gebeurde, weet Folst. “Tien tot twaalf mensen zijn doodgeschoten.” In het Feijenoordstadion werden duizenden mannen en jongens het veld op gedreven, wachtend op hun vertrek. Soldaten bemanden de mitrailleurs posten op de bordessen. “Even later gingen we in een grote colonne richting Oranjeboomstraat. Daar stapten we over in de rijnaken en gingen we naar Amsterdam. De andere dag vertrokken we in de nacht in andere bootjes over het IJsselmeer naar Kampen. Daarna marcheerden we in de middag naar Wezep.” In veewagons werden de gedetineerden naar Duitsland getransporteerd. Wie het waagde te ontsnappen, moest dit met de dood bekopen. “In Essen Steele (Ruhrgebied), een voorstadje van Essen, konden we de wagons uit. Ik kwam terecht bij de Bahnmeisterei waar ik moest werken aan het spoor. We moesten de rails herstellen na iedere luchtaanval en puinruimen.”

Tijdens hun lange verblijf als dwangarbeider verbleven Folst en andere lotgenoten in een villa aan de Bismarckallee. Er werd volop gebombardeerd. “Ik ben er met duizend procent geluk uitgekomen. We schuilden in een klein hokje waar kolen werd opgeslagen. Toen we daar zijn uitgekropen, stond er niks meer. Alles lag plat en was kapot. We waren volledig gedesoriënteerd.” Een lange voettocht naar Nederland volgde. Via Brabant kwam Folst weer in Rotterdam terecht. Ondanks de ‘onbeschrijflijk’ zware tijd die Folst in die periode van dwangarbeid had, kwam hij tot vorig jaar nog in het land van de voormalige bezetter. “Misschien ben ik daarin een uitzondering. Maar wij zaten in een villa, en ontmoetten er ‘gewone’ Duitsers, waaronder een gezin dat anders tegen de oorlog aankeek, menselijk.” Vorig jaar is het laatste gezinslid overleden, en daarmee is de band voorbij.

Maar de herinneringen van Jaap Folst aan de grote razzia van Rotterdam en de verschrikkingen van de periode van dwangarbeid leven voort. Hij deelt ze nu met lotgenoten die hij ontmoet tijdens de herdenkingsbijeenkomst in het De Kuip. “Want”, zegt hij, “Praten met elkaar is veel waard!”

Bron: DeWeekkrant.nl

Chat openen